Leerkracht: meester Thomas Heijdeman
Aantal leerlingen:

groep 3:  5 leerlingen
groep 4: 13 leerlingen

Leerstof
In groep 3 wordt gebruik gemaakt van de methode ‘veilig leren lezen’ met daarbij aansluitend de schrijfmethode ‘pennenstreken’. In groep 4 wordt taal en spelling aangeboden vanuit de methode ‘taal actief’. Bij het rekenonderwijs wordt in zowel groep 3 als groep 4  gebruik gemaakt van de methode ‘wereld in getallen. Hieronder vindt u een korte uitleg over de verschillende methodes.

 

Veilig leren lezen

In deze methode ‘veilig leren lezen’ wordt gebruik gemaakt van de structuurmethode:

Klanken

Door zorgvuldig gekozen woorden veelvuldig en systematisch te structureren (af te breken en weer op te bouwen), leren kinderen:
• dat een woord uit klanken (fonemen) bestaat;
• dat die klanken door grafische tekens (grafemen/letters) worden weergegeven;
• dat je nieuwe woorden kunt lezen door grafemen van een woord te verklanken en die klanken te verbinden tot een woord.

 

Bij het leren lezen zijn ook het horen, spreken en schrijven van belang. Beginnende lezers moeten letterlijk ervaren dat woorden uit afzonderlijke letters bestaan. Daarom laten we hen niet alleen oefenen met het samenvoegen van letters tot woorden, maar ook met het ontsleutelen van woorden. Deze aspecten komen aan bod bij het alzijdig structureren van woorden. De functiewoorden aan, en en een (met de klinkers aa, e en ee) zijn expliciet als structureerwoorden opgenomen, zodat de leerlingen al snel nieuwe woorden en ook sneller zinnetjes kunnen maken. Bovendien automatiseren de kinderen de veelvoorkomende medeklinkerclusters.

De structureerwoorden zijn slechts een middel om het doel (leesvaardigheid) te bereiken. Nadat er aan de hand van een structureerwoord een letter is geïntroduceerd, gaan leerlingen al snel zelf nieuwe woorden vormen met alle letters die ze op een bepaald moment kennen. Bij kern 1 en 2 is hiervoor de woordendoos ontwikkeld. Met behulp van de instructiekalender en Veilig & vlot worden veel wisselrijtjes in verschillende vormen geoefend.

 

 

 

 

Wereld in Getallen

Met De wereld in getallen leren de kinderen inzicht verwerven én hun vaardigheden oefenen. Evenwichtig rekenen dus!

 

De wereld in getallen is opgebouwd volgens de ‘dakpanconstructie’. Eerst wordt instructie gegeven voor oriëntatie en begripsvorming. Dan oefenen de kinderen zelfstandig. Uiteindelijk gaan zij het onderwerp automatiseren. Oefenen en herhalen is een van de sterkste punten van De wereld in getallen. Dit zorgt voor een goed fundament.

Elk kind werkt dagelijks zelfstandig aan de weektaak. In de opgaven komt alleen behandelde stof aan bod. Zo leren de kinderen om zelf problemen op te lossen en hun werk te plannen. Bij de weektaak horen ook oefeningen op de computer.

 

Pennenstreken

Pennenstreken heeft een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8. In groep 3 en 4 werken de leerlingen aan het aanvankelijk schrijven. Hier staat het aanleren van de schrijfletters in kleine en hoofdletters centraal.

Schrijven is vooral een motorische vaardigheid. Daarom geeft Pennenstreken niet alleen schrijfoefeningen, maar ook motorische activiteiten. Die zijn vooral gericht op het bevorderen van de arm-, hand- en vingermotoriek.

 

Taal Actief

Kinderen leren beter als ze weten wat en waarom ze iets leren. Daarom werkt Taal actief met ‘instapkaartjes’. Dan is het doel van een les meteen duidelijk. ‘Dit ga je leren’ en ‘Dit moet je weten’. Je sluit iedere les af met een uitstapkaartje. Een belangrijk reflectiemoment. Dan kijken de kinderen terug op het doel van de les.

 

Bij Spelling Actief wordt elke les gestart met een dictee, waarbij woorden vanuit de les, maar ook herhalingswoorden aangeboden worden. Na de instructie wordt er op verschillende niveaus gewerkt aan het spellingsdoel van de les.

Werkwijze in de klas

IGDI-Model

In de lessen wordt gebruik gemaakt van het igdi-model. Dit betekent dat elke les volgens een vaste volgorde verloopt:

 

  • Gezamenlijke start van de les (= korte introductie met de hele groep).
  • Interactieve instructie en begeleid inoefenen (eventueel zonder de plusleerlingen die geen instructie nodig hebben en zelfstandig aan het werk gaan).
  • A. Zelfstandig Werken van de groep.
  1. Verlengde Instructie voor leerlingen die extra aandacht nodig hebben.
  • Zelfstandig werken van de groep (leerkracht loopt rond en helpt waar nodig)
  • Afsluiting van de les (= reflectie op de les met de hele groep).

 

Weektaak en Planbord

Elke leerling in groep 4 werkt met een eigen weektaak, waarbij ze op eigen niveau werken aan uitdagend werk. Voor groep 3 wordt gebruik gemaakt van een planbord, waarbij kinderen eerst werken aan de ‘moet’ taakjes, om vervolgens zelf de keuze te maken uit de extra taakjes.

 

Zelfstandig Werken

Bij het werken gebruiken de leerlingen een vragenblokje. Het vragenblokje wordt neergezet als:

  • een leerling een vraag heeft (?)
  • een leerling niet gestoord wil worden
  • een leerling samenwerkt met een klasgenoot
  • een leerling aangeeft dat hij anderen kinderen kan helpen met een vraag