Pestprotocol o.b.s. De Bruinvisschool

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel:

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode op onze school veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Pesten op school

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.

Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders.

De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld. Wij als school gebruiken daar onder andere de methode ˜vreedzame school”  voor.

Als pesten zich voordoet, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.

Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.

Mochten ouders de problemen niet op kunnen lossen met de betreffende leerkracht van de groep waarin pestgedrag naar voren komt, dan kan iedereen naar onze vertrouwenspersoon stappen. Op de Bruinvisschool is dat dhr. Albert Hoven.

Er worden op onze school documenten aangemaakt voor leerlingen die ver over de schreef gaan. Bij drie rapportages worden er andere stappen ondernomen (politie, JAT etc.)

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen.

Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot.

Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven.

Briefjes doorgeven.

Beledigen.

Opmerkingen maken over kleding.

Isoleren en negeren.

Buiten school opwachten of bij verenigingen, slaan of schoppen.

Op weg naar huis achterna rijden.

Naar het huis van de gepeste gaan.

Bezittingen afpakken.

Schelden of schreeuwen.

digitaal pesten

Leerkrachten en ouders moeten alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

Hoe gaan wij op de Bruinvisschool met pesten om?

– Een effectieve manier om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor leerlingen

· Wij hanteren op onze school de drie kapstokregels. ( zie regel 3, belangrijke regels bij het hanteren van het persprotocol)

· Aan het begin van elk schooljaar wordt er extra aandacht besteed aan de regels en afspraken en aan het pestprotocol

· Op school willen we regelmatig een onderwerp in de kring aan de orde stellen. Wij werken dan o.a. met de methode vreedzame school.

· Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen. Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals; spreekbeurten, rollenspelen (drama), regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.

· Het voorbeeld van de leerkrachten en de ouders is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten, ouders en leerlingen horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

Belangrijke regels bij het hanteren van het pestprotocol.

REGEL 1:

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we kinderen dit al bij:

Je mag niet klikken, maar : ” als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen”.  Dit wordt niet gezien als klikken.

Deze regel geldt natuurlijk ook voor de ouders van alle kinderen.

REGEL 2:

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

REGEL 3:

Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Samen met de leerkracht(en) wordt naar een oplossing gezocht en wordt actie ondernomen.

Onze kapstokregels op de Bruinvisschool:

Voor groot en klein zullen we aardig zijn.

De school is van binnen een wandelgebied en buiten hoeft dat lekker niet.

We zullen goed voor de spullen zorgen dan zijn ze weer te gebruiken morgen.

Deze kapstokregels gelden op school en wij dragen ze ook naar buiten uit.

Toevoeging:

Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op de vastgestelde kapstokregels, in overleg met de leerkracht.

Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels

Zowel kapstokregels als groepsregels zijn zichtbaar in de klas opgehangen.

De 3 kapstokregels worden op een centrale plaatsen in de school opgehangen.

Wat doen we als:

Er gesignaleerd wordt (door gepeste leerling zelf, ouders, andere leerling of leerkracht) dat een leerling wordt gepest?

· De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.

· Bij herhaaldelijk pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest.

· Bij pestgedrag worden de ouders( van pester en gepeste) op de hoogte gebracht van het pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.

De leerkracht het idee heeft dat er sprake is van onderhuids pesten?

· In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals het JAT (jeugdzorg adviesteam). Het JAT bestaat uit medewerkers met verschillende deskundigheden: maatschappelijk werkers, gedragswetenschappers en jeugdartsen). (Het JAT fungeert als het loket waarbij bijv. hulp ingeroepen kan worden van het algemeen maatschappelijk werk, de jeugdgezondheidszorg, het bureau jeugdzorg, de onderwijsbegeleidingsdienst, de schoolarts etc)

Hoe begeleiden we:

De gepeste leerling:

· We tonen medeleven en luisteren en vragen hoe en door wie er wordt gepest.

· We gaan na hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten.

· We laten de leerling inzien dat je soms ook op een andere manier kunt reageren.

· We gaan na welke oplossing het kind zelf wil.

· We benadrukken de sterke kanten van het kind.

· We stimuleren het dat de leerling zich anders/beter opstelt.

· We praten met de ouders van het kind (en de ouders van de pester).

· We plaatsen het kind niet in een uitzonderingspositie door het over te beschermen.

· We schakelen indien nodig, in overleg met de ouders, hulp van het JAT in.

De pester:

We praten met de pester en we zoeken naar de reden van het pesten.

· We laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.

· We laten inzien welke positieve kanten de gepeste heeft

· We schakelen indien nodig, in overleg met de ouders, hulp van het JAT in

· We laten excuses aanbieden.

· We spreken bij herhaling de pester er weer op aan.

De grote groep:

We maken het probleem bespreekbaar in de groep.

We stimuleren dat de kinderen een eigen standpunt innemen en eventueel partij trekken voor de gepeste leerling.

We bespreken met de leerlingen dat meedoen  met de pester meestal kan leiden tot verergering van het probleem.

We laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.

We laten inzien welke positieve kanten de gepeste heeft

We schakelen indien nodig, in overleg met de ouders, hulp van het JAT in.

Adviezen aan:

De ouders van de gepeste kinderen:

· Houdt de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

· Pesten kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

· Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

· Stimuleer de leerling om naar de leerkracht te gaan.

De ouders van pesters:

Neem het probleem van uw kind serieus.

Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.

Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.

De ouders van alle kinderen:

Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

Houd rekening met de gevoelens van de ouders van zowel het gepeste kind als ook de gevoelens van de pester.

Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.

Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

Geef zelf het goede voorbeeld.

Leer uw kind voor anderen op te komen.

Leer uw kind voor zichzelf op te komen

Leerkrachten en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit pestprotocol.

September 2008